Euro

Europese Commissie moet Eurolanden saneren, niet het IMF!

Velen menen dat het IMF een belangrijke rol moet hebben bij het oplossen van de eurocrisis. Zoals Roel Janssen recent in het NRC betoogde. De ophemeling van het IMF komt voort uit argwaan tegen de Europese regeringsleiders die na maandenlang dralen nog steeds geen duidelijke maatregelen hebben genomen om de crisis rondom onze munt voor eens en altijd op te lossen.

Kern van het probleem is dat het huidige bestuurlijke arrangement van de eurozone heeft gefaald. De regeringsleiders zijn, zoals pijnlijk duidelijk is geworden, niet in staat om de problemen aan te pakken. Binnen de boezem van de Europese Raad is consensusvorming nog steeds de norm. Maar struikelend over nationale tegenzin komt men niet veel verder. Daarnaast hebben de lidstaten al jaren geleden de ‘supranationale’ scheidsrechter buiten de deur gezet. Toen in 2003 de nationale begrotingen van Duitsland en Frankrijk uit de pas begonnen te lopen, heeft men meteen het Europese sanctiemechanisme buiten werking gesteld. De Europese Commissie, die toen veel zorgen over de begrotingsdiscipline in die landen had, werd stevig teruggeroepen. Daarmee was de kiem van een veel grotere probleem gelegd.

Opnieuw staan Duitsland en Frankrijk te tobben over de vraag hoe we verder moeten gaan. Met de maatregelen om het economische bestuur in de Unie te verbeteren, worden de eerdere normen weer op het schild gehesen. Met steun van Nederland vindt men dat de begrotingsdiscipline in ere moet worden hersteld. Ook de Commissie als scheidrechter komt weer in beeld. De vraag is wie de sanering van de probleemgevallen moet aanpakken en hoe we verder gaan. Op dat punt lopen de meningen uiteen.

Sommigen wijzen naar het IMF als betrouwbare curator met jarenlange ervaring. In ruil voor financiële steun moet een land het eigen huishoudboekje saneren. Dat zijn pijnlijke keuzes waarvoor menig nationaal politicus terugschrikt. In de klassieke vorm is dat geen probleem: omdat het probleemland de gevolgen van de eigen keuze draagt, kan men zelf een tempo bepalen. Voor de Unie ligt dat anders: omdat de eurolanden zich monetair aan elkaar verbonden hebben, zal twijfel over de kredietwaardigheid van de één invloed hebben op het vertrouwen in de euro en daarmee op de andere landen. Die samenhang maakt dat het saneringsproces een zaak blijft van de Unie. Het ligt voor de hand dat de Europese Commissie als belangrijkste uitvoeringsorganisatie een belangrijke rol in dat proces heeft. Bovendien kan de Commissie dankbaar gebruik maken van de eerdere ervaringen met ingrijpende, maar succesvolle, hervormingen van landen in Midden en Oost-Europa.

In de tweede plaats hebben de lidstaten van de Unie, waaronder de eurolanden, veel werk gemaakt om de gemeenschappelijke markt te vormen, waaronder het wegnemen van belemmeringen tegen oneerlijke concurrentie. Dat beleid heeft betrekking op een scala van onderwerpen, waaronder sociaal beleid en milieu. Dit beleid moet een randvoorwaarde zijn voor de saneringen. Dat vraagt gevoel voor de doelstellingen van de Unie. Ook moet worden voorkomen dat het saneringsproces de uitvoering van het bestaande Europese beleid aantast, want anders wordt het proces van integratie nog verder ondergraven. Dat is dan vooral in het nadeel van de financieel nog gezonde landen. Om dat te bewaken is opnieuw de rol van de Commissie essentieel.

In de derde plaats biedt het binnenrollen van het IMF geen oplossing voor het falen van het Europese bestuur. Het is alsof de gemeente Den Haag de Austin County Sheriff vraagt om bij ons de wegenverkeerswet te komen naleven. Sterker nog, die ‘oplossing’ verhult het echte probleem. Willen we doorgaan met een gemeenschappelijke munt, dan moet het bestuur van de eurozone worden gewijzigd. Minder nationale veto’s en minder handjeklap over ieders financiële beleid. Meer bevoegdheden voor Brussel waarbij het essentieel is dat ook het Europese Parlement bij de kaderstelling wordt betrokken. Ook moeten de gemaakte afspraken kunnen worden afgedwongen door controle op de nationale overheidsfinanciën en het opleggen van sancties op het moment dat het verkeerd dreigt te gaan. In deze structuur moet de Commissie, naast de ECB, een centrale positie als uitvoerder hebben. Indien het toch mis gaat, moet de Unie lidstaten tijdelijke een speciale status kunnen geven, zoals wij dat bijvoorbeeld in Nederland kennen voor lagere overheden die financieel aan de grond zitten. In dat geval volgt gedwongen sanering onder leiding van de Commissie met noodhulp als beloning.

Om deze drie redenen heeft de Unie een duidelijk belang om zelf orde op zaken te stellen. In dat proces moet niet het IMF maar de Commissie de mogelijkheid krijgen het voortouw te nemen. Gebeurt dat niet, dan wordt opnieuw de kern van het probleem vermeden, met alle gevolgen van dien. Dan kan alsnog de County Sheriff om hulp worden gevraagd.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s