Uncategorized

Data gebruik door de overheid: De geest is uit de fles, maar wat zijn nu de grenzen?

Het is belangrijk te zien hoe de wetenschap en de praktijk de komende jaren meebewegen en gebruik (gaan) maken van data. Data die door allerlei elektronische toepassingen die wij gebruiken, beschikbaar komen. We hebben al een enorme toename aan data gezien, maar in komende jaren zal nog veel meer data beschikbaar zijn. Ook de mogelijkheden om die data te analyseren, zullen door allerlei applicaties toenemen. Binnen het vakgebied van de data science wordt hard gewerkt aan allerlei nieuwe technieken die de basis kunnen zijn van nieuwe, commerciële en niet-commerciële toepassingen.

De ontwikkelingen op dit terrein laten ook andere disciplines niet ongemoeid. Binnen de sociale wetenschappen gaan stemmen op die stellen dat meer data over gedrag een revolutie zal veroorzaken. Met deze informatie kunnen onderzoekers zich meer richten op feitelijke gedrag en niet zozeer verbale, gearticuleerde gedrag. Een tweede punt betreft de hoeveelheid. Met informatie voor de gehele populatie zijn feitelijke patronen ook de daadwerkelijke. In die gevallen is het niet meer nodig te werken met allerlei waarschijnlijkheidsmaten. Vraag blijft of een databestand nu al dan niet een populatie beschrijft. Een andere lastig punt is of sprake is van causaliteit—een associatie moet ook een basis hebben in een logisch bouwwerk van oorzaak en gevolg. Daarvoor hebben evenals in het verleden goede theorievorming nodig.

Er is ook een keerzijde van meer datagebruik. Ik noem drie belangrijke problemen.

In de eerste plaats is het gebruik van residu-data niet zonder problemen. Recent heeft de Consumentenbond verslag gedaan van onderzoek naar de kredietwaardigheid van consumenten. Daaruit blijkt dat allerlei private partijen via bedrijven informatie verzamelen over uw betalingsgedrag. Met die informatie wordt uw kredietwaardigheid bepaald. Op het moment dat u te laat uw rekeningen heeft voldaan of een betaling betwiste, kan dat tot een negatieve beoordeling leiden. Dit betekent dat u bij andere bedrijven een dienst of een levering wordt onthouden, of dat die levering alleen wordt uitgevoerd tegen hogere kosten. Tegelijkertijd is het voor consumenten erg moeilijk de reden voor die afwijkende behandeling te achterhalen en om fouten in de kredietregistratie te herstellen. Dit voorbeeld is een van de vele die vragen om meer aandacht in het huidige debat voor de juridisch-ethische grenzen van data gebruik.

De tweede keerzijde is dat data-analyserende applicaties keuzes maken die gevolgen kunnen hebben voor degenen waarvan gegevens worden geanalyseerd. De belastingdienst bijvoorbeeld maakt gebruik van ‘slimme’ applicaties die belastingaangiftes in eerste aanleg doorlichten. De gebruikte algoritmes proberen, mede op basis van logische checks en ervaringsinformatie, mogelijke belastingontwijkers te ontdekken. Maar levert die signalering altijd een ‘juiste’ detectie op? Wat zou u vinden wanneer u keer op keer een groot aantal schriftelijke vragen van de belastinginspecteur moet beantwoorden omdat u van ontwijking wordt verdacht? Zeker wanneer meer en meer geautomatiseerde technieken worden toegepast, moet er oog blijven voor de vraag of het ‘systeem’ wel een juiste conclusie formuleert. Dit betekent dat we in de komende jaren meer aandacht moeten hebben voor de gevolgen van het gebruik van verschillende analysetechnieken. Ook een duidelijke procesgang om burgers de mogelijkheid te bieden om zich te keren tegen onjuiste gevolgtrekkingen is onontbeerlijk.

Een derde keerzijde ligt in het gebruik van data voor overheidsbeleid. De verleiding is groot om een digitaal klachtenloket tegelijk te gebruiken voor het bijstellen en ‘verbeteren’ van het beleid. De vraag is of daarmee recht wordt gedaan aan alle groepen in een samenleving. Wie maakt gebruik van zo’n loket? Zijn dat niet bepaalde groepen? We weten bijvoorbeeld uit onderzoek dat hoger opgeleiden meer participeren in inspraak en beter hun weg vinden in de publieke dienstverlening dan lager opgeleiden. Dat kan ook het geval zijn bij veel digitale instrumenten. Dit betekent dat wij ook meer aandacht moeten hebben voor de vraag of beschikbare data inderdaad de noden van alle burgers vertegenwoordigen.

Wat betreft het gebruik van ‘nieuwe’ data is de geest uit de fles. Overheden, in navolging van veel bedrijven, vinden een weg en gaan meer en meer gebruik van allerlei reeds verzamelde en beschikbare data via elektronische toepassingen. Tegelijkertijd komen daarmee belangrijke vragen in beeld over de beperkingen van die informatie, maar ook over de juridisch-ethische grenzen aan het analyseren van uw gedrag.

Advertisements
Central and Eastern Europe, Public opinion, the Netherlands, Ukraine

Ukrainians trying (again) to argue against the Dutch ‘No’ while ratification remains uncertain

A guest post by Elitsa Kortenska:

Since 6 April 2016 when a consultative referendum in the Netherlands on the EU’s Association Agreement  with Ukraine resulted in 61 percent votes against it and 38 percent in favour, ratification is on hold. The Netherlands was the last member state whose ratification was needed for its entry into force. Since April, the government and the Prime Minister have postponed decision to withdraw Dutch support for the Agreement several times. In the last couple of months, Dutch Prime Minister Mark Rutte has intensified his efforts in Brussels and in the Netherlands to resolve the problem. He stated repeatedly that the failure to ratify the Agreement would be a ‘massive mistake’ for the Netherlands, as POLITICO reported.

In October Rutte attempted to persuade political parties (see his official letter sent to Parliament) to rally around  and ratify it despite the referendum results. The forthcoming elections are making this a politically risky proposition especially with the initiators of the referendum Baudet and Jan Roos both going into politics with political formations on the right, aiming seats in parliament. Meanwhile, in an interview for a Dutch radio, former Dutch foreign minister and current Vice president of the European Commission Frans Timmermans urged political parties to give a green light to the Agreement and referred to the consultative nature of the referendum. Emphasizing the risk of instability in the region at the event of non-ratification, Timmermans said ‘we should not offer presents to Putin’. Yet the fate of Agreement remains uncertain due to the unwillingness of the Dutch second and first chamber to appear to dismiss the popular vote with national elections around the corner.

Earlier in October, Ukrainian officials, parliament members and civil society tried to argue the case for ratification and discussed the dynamics linked to it at a symposium, organized by the newly launched Netherlands-Ukraine Society. Speakers highlighted the paramount importance of the Treaty for the Ukraine domestic political and economic transformation. From the perspective of the seven Ukrainian students, who had led a six-day ‘For’ campaign just before the referendum date, the negative result meant a need  for more initiatives presenting a positive image of the ongoing transformation in ‘new’ Ukraine and AA-related reforms.

Ukrainian politicians and civil society members present at the event warned about the negative implications of failure of the Agreement. While Dutch citizens’ concerns and the ‘No’ vote must be taken seriously and addressed, according to Taras Kachka this could be achieved without renegotiating or changing the provisions of the Agreement. Since a number of the Treaty provisions have already been enforced, he hoped that that the Dutch ‘No’ would not ‘kill’ the Treaty. ‘The Agreement is not merely a technical tool for integration for Ukraine, but it symbolizes enormous changes in Ukrainian political culture and society’ he argued.

Enforcement of the treaty provisions has achieved progress in important areas of  reform: rule of law and market liberalization, but those have not reached a ‘point of no return’, civil society representatives argued. The Reanimation Reform Package (RRP) for Ukraine is a clear example of Ukrainian civil society engagement in the reform process. Olena Halushka, RRP representative, said: ‘the Maidan is the real evidence that signing the AA was not a political decision taken top-down’, but a result of citizens’ desire for transformation in Ukraine and the ‘Revolution of Dignity’.  Reforms and their enforcement are not irreversible, Halushka warned and emphasized that the political will for adopting and implementing reforms depends on full enforcement of AA provisions and the synergy between civil society and external EU pressure.

Parliamentarians Serhiy Kiral (Samopomich Union) and Vladyslav Golub (Petro Poroschenko Bloc) stressed political and financial support through the AA is key for maintaining political consensus on reforms domestically. Uncertainty over the Dutch decision has weakened the EU’s commitment to the Agreement, while the on-going Russian information war,  propaganda and aggression in Ukraine renders non-ratification extremely risky for domestic reform process, they argued.

While the Dutch ‘No’ cannot be simply disregarded, the implications of the failure of the Treaty could have more negative consequences for EU, the Netherlands and Ukraine than public is aware. According to the symposium speakers, one way to resolve the problem within the Netherlands is through broader public debate, information and communication on the economic benefits of the Treaty for the Netherlands It remains to be seen whether it is already too late for this, in terms of ratification. A decision from Dutch parliament is yet to come, but the delay already costs the EU some credibility, affects political commitment for reforms in Ukraine and potentially contributes to further political deadlock.